Experimenten om wachtrijen bij inschrijvingen in scholen te verhinderen

Nederlandstalige scholen in Vlaanderen en Brussel zullen de komende twee jaar kunnen experimenteren met methodes om wachtrijen en kampeertoestanden bij de inschrijvingen te vermijden. Onderwijsminister Frank Vandenbroucke zal dat decretaal mogelijk maken. De minister stelt wel een aantal duidelijke voorwaarden. Zo mag de gelijke behandeling van de leerlingen niet in het gedrang komen en moet er een akkoord zijn over het experiment in het lokaal overlegplatform (LOP). Als voorbeeld noemt Vandenbroucke de oprichting van een telefooncentrale, die de inschrijvingen chronologisch registreert.

Het Nederlandstalige onderwijs telt zo’n 2500 scholen in het basisonderwijs en 1000 scholen in het secundair onderwijs. Ondanks het feit dat ‘Vlaanderen-breed’ de capaciteit van al deze scholen zeker volstaat om jaarlijks meer dan één miljoen leerlingen op te vangen, moeten we toch telkens vaststellen dat in een zeer beperkt aantal van deze scholen het aantal beschikbare plaatsen niet volstaat om alle, zich voor inschrijving meldende leerlingen in te schrijven. In deze scholen is de vraag dus groter dan het aanbod.

Soms wordt de verklaring hiervoor gelegd bij het ‘gelijke onderwijskansendecreet’ uit 2002, maar zo’n bewering strookt niet met de werkelijkheid. Het GOK-decreet had de ambitie om alle leerlingen gelijke kansen op inschrijving in een school te geven. In het overgrote deel van onze Vlaamse scholen stelde er zich geen probleem, maar een beperkt aantal scholen hanteerde een inschrijvingsmethode die ‘selectief’ te noemen was en soms zelfs discriminerend. Het GOK-decreet voorziet in een soort ‘versterkt’ inschrijvingsrecht dat een recht op inschrijving garandeert aan alle leerlingen in elke school.

Om misbruiken uit te sluiten werd er voor gezorgd dat de inschrijvingsprocedure op een transparante en éénduidige manier diende te verlopen. Zo dienen scholen alle aanmeldingen chronologisch te registreren. Het GOK-decreet heeft in ieder geval de verdienste om daar waar in het verleden misbruiken bestonden, deze aan de oppervlakte te brengen. Inschrijvingsmethodes die er toe strekten dat sommige leerlingen wel en andere leerlingen niet konden inschrijven, zonder dat daar een gerechtvaardigde grond voor bestond werden quasi onmogelijk.

De combinatie van het bestaan van het GOK-decreet enerzijds en de vaststelling dat in een beperkt aantal scholen een capaciteitsprobleem bestaat heeft echter wel geleid tot het zeer ‘zichtbaar’ worden van dit probleem. Om zeker te zijn dat hun kind kan worden ingeschreven in de school van eerste keuze zijn ouders vaak bereid grote inspanningen te leveren. In extreme gevallen zorgt dit voor wachtrijen en kampeertoestanden. Ook leidt dit in een aantal gevallen tot gedrag waarbij ouders hun kinderen in meerdere scholen inschrijven.

Het is dus niet correct dat het GOK-decreet de oorzaak is van het kamperen. Hier en daar bestonden vroeger ook al kampeertoestanden, namelijk in het secundair onderwijs. Wat het basisonderwijs betreft, zou je kunnen stellen dat de mensen zelfs niet de mogelijkheid kregen om te kamperen… Populaire scholen waren volzet zonder dat geweten was volgens welke regeltjes dat verlopen was.

Het vermijden van deze toestanden is niet eenvoudig. Overal waar de vraag het aanbod overtreft is het moeilijk een objectief mechanisme te voorzien dat bepaalt wie wel en wie niet in aanmerking komt. De inschrijvingsprocedure van het gelijke onderwijskansendecreet vertrekt van het principe van de chronologie : “wie eerst komt, eerst maalt”. Op zich een eerbaar principe, maar wanneer voorafgaand aan de inschrijvingsperiode, mensen buitensporige inspanningen doen om zich bij het begin van de inschrijvingsperiode gunstig te rangschikken, moet naar oplossingen worden gezocht.

Minister Vandenbroucke is daarom bereid naar structurele oplossingen te zoeken. Voorafgaand aan zo’n structurele oplossingen lijkt het aangewezen om binnen een beperkt tijdsbestek de mogelijkheid te voorzien om met enkele verschillende werkwijzen te experimenteren. Deze moeten toelaten de effecten van de gekozen methodes correct te beoordelen. Daarom wil hij gedurende twee jaar een aantal experimenten toelaten die het mogelijk maken de aanmeldingsperiode, die aan de inschrijvingsperiode vooraf gaat, zo te regelen dat wachtrijen, kampeertoestanden en dubbele inschrijvingen worden vermeden.

Daartoe wil hij zo vlug mogelijk voor een decretale rechtsgrond zorgen. Hierdoor zal een kader worden gecreëerd waardoor scholen binnen een bepaalde regio kunnen voorzien in een onderling afgesproken aanmeldingsprocedure. Daarbij gelden volgende voorwaarden:
– De experimenten hebben een looptijd van twee schooljaren. In die tijd moeten deze experimenten worden geëvalueerd.
– De filosofie van het ‘gelijke onderwijskansendecreet’ dat de gelijke behandeling van alle leerlingen bij de inschrijving verzekert, dient te worden gerespecteerd.
– De procedures die op basis van deze experimenten worden opgezet dienen te vertrekken van een systeem van “rangorde zonder uitsluiting”. Het mag met andere woorden niet gaan om een ‘binair’ systeem waarbij één groep voorrang krijgt op een andere, maar wel om een procedure waarbij men een duidelijke rangorde instelt tijdens de aanmeldingsperiode die vooraf gaat aan de inschrijvingsperiode. Een rangorde die er dus niet toe leidt dat de aanmelding van één groep van leerlingen wordt aanvaard en de aanmelding van een andere wordt verworpen, maar een die alle aangemelde leerlingen in een bepaalde rangorde plaatst op basis van duidelijke criteria. Deze rangorde zal dan worden gehanteerd op het ogenblik dat de inschrijvingen van start gaan.
– De criteria die worden gehanteerd voor het bepalen van die rangorde dienen objectief te worden gerechtvaardigd.
– Deze experimenten moeten het voorwerp zijn van een akkoord binnen het Lokaal Overleg Platform.

De minister wil dus in een experimentele fase ruimte laten aan plaatselijke initiatieven die kunnen rekenen op een breed lokaal draagvlak. Verschillende concepten kunnen daarbij worden gehanteerd. Zo zou men een procedure kunnen uitwerken waarbij men leerlingen telefonisch laat aanmelden via een call-center, waarbij het moment van de telefonische intake bepalend is voor de rangorde. In ieder geval moeten de criteria voor het bepalen van de rangorde de toets van de objectieve rechtvaardiging doorstaan.

Bron:
http://www.ond.vlaanderen.be/nieuws/2008p/0303-inschrijvingen.htm

Zie ook:
https://isabellevandewalle.wordpress.com/2008/03/01/ouders-liegen-om-een-kind-te-kunnen-inschrijven/

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s